terug

Verwey kamer (Beurs van Berlage)

Verwey kamer (Beurs van Berlage)

Eerste etage (voormalige kantoren)

Albert Verwey (1865-1937) was hoogleraar in Leiden, en dichter, geleerde, criticus en redacteur. Hij speelde een belangrijke rol in het literaire en culturele leven in Nederland in de periode 1880-1940. Samen met Willem Kloos was hij de leidinggevende figuur van de Tachtigers.

Berlage was ge├»nspireerd door de manier waarop architect Cuypers samen met dichter Alberdingk Thijm de decoraties voor het Rijksmuseum had ontwikkeld. En zo vroeg hij Verwey om hierover mee te denken. Verwey schreef vervolgens in 1897 een manuscript over de Versieringen van de Nieuwe Beurs.

In het manuscript bundelde hij de Amsterdamse geschiedenis van de handel tot momenten en persoonlijkheden die van Nederlandse, Europese en internationale betekenis zijn. Het manuscript vormde de basis voor de beeldtaal in de beurs en kent twee hoofdthema's.

Het eerste thema is de geschiedenis van Amsterdam als handelsstad en het tweede is de onvermijdelijke door-ontwikkeling van die geschiedenis tot er een samenleving komt waarin geen klassenverschil meer bestaat, man en vrouw evenwichtig samenleven en er geen geld of handel meer nodig is.

Aan de muur van de kamer is een bord met tarieven te zien van De Nederlandsche Bank. In de tijd dat dit bord nog gebruikt werd, nam de Nederlandsche Bank niet slechts stukken van banken in belening ('disconto'), maar ook van bedrijven en particulieren.

De term promesse-disconto is nog tot aan de overgang naar de euro een gebruikelijke vakterm gebleven. Daarmee werd verwezen naar het referentie-tarief  van De Nederlandsche Bank, dat fungeerde als basisrente waarop de tarieven van krediet door banken gebaseerd werden.

Het bord prolongatie brengt een oude Nederlandse praktijk in herinnering. De prolongatie was tot 1914 een veelgebruikte overeenkomst, waarbij iemand aan een ander voor een maand geld leent op effecten. Die effecten dienden als onderpand en moesten 10% meer in waarde bedragen dan het ter beschikking gestelde geld. Op die manier fungeerde feitelijk de beurs als plaats waar geldschieters en geldleners elkaar ontmoetten, buiten de banken om.

De sterke prolongatiemarkt in Nederland maakte dat banken een relatief kleine rol hadden. Toen de eerste wereldoorlog ertoe leidde dat de beurs werd gesloten kwamen de geldschieters en geldleners in de problemen. Hun geld zat vast en de banken hadden onvoldoende mogelijkheid om een alternatief te bieden. 

Op stel en sprong werd, onder aanvoering van de bankier van Aalst, in samenwerking met de regering, een noodplan bedacht. Er kwam een noodfonds van 200 miljoen gulden en Nederland verliet de gouden standaard zodat De Nederlandsche Bank de banken kon voorzien van de liquiditeiten voor het bedrijfsleven. Ook werd er allerijl noodgeld uitgegeven: de zogeheten zilverbons.

Info ReactiesWiki Foto's Streetview