terug

Openbare bibliotheek

Koningstraat 51, Appingedam

Inleiding

De "Openbare BIBLIOTHEEK annex Leeszaal" opende in 1911 haar deuren. Het pand is ontworpen door architect M.G. Eelkema uit Groningen in opdracht van de Damster Nutsspaarbank die ter ere van haar zestigjarig jubileum het gebouw liet bouwen. Aannemer bij de bouw was H. Gjaltema uit Marum. De bibliotheek was de elfde in die tijd in Nederland (de eerste uit 1899 stond in Dordrecht) en de tweede in de provincie Groningen. Het in een aan het Rationalisme verwante trant opgetrokken gebouw is in de loop der tijd enkele malen uitgebreid. In 1927 ontwierp architect E. Rozema uit Appingedam een twee bouwlagen hoge uitbreiding aan de achterzijde van het bestaande pand. In 1968 voegde het architectenbureau Delken en Rozema aan deze uitbreiding een een bouwlaag hoge platte "doos" toe aan de zuidwestzijde en in 1983 een platte aanbouw aan de achterzijde (noordwest). Deze beide laatste uitbreidingen vallen buiten de rijksbescherming.

Het bibliotheekgebouw is centraal gelegen in het centrum van de stad aan de doorgaande weg naar het station.

Omschrijving

Twee bouwlagen hoge BIBLIOTHEEK opgetrokken in een rode baksteen op een trasraam van rode klinkers afgezet met een rollaag. Het samengestelde dak is gedekt met een zwarte Romaansche pan, met op de nokeinden pironnen en heeft een houten goot op klossen. De topgevel aan de voorzijde (zuidoost) heeft een houten beschot met oculus, strakke windveren, een fries van natuurstenen vlakjes en een zandstenen vergaarbak. In deze gevel bevindt zich de hoofdentree, die bestaat uit een omlijsting van zand- en natuursteen waarbinnen een houten paneeldeur met twee zijlichten en vier boogvormige bovenlichten, alle met roedenverdeling. De omlijsting wordt afgesloten door een fries waarop links en rechts Pegasus, het gevleugelde paard, en in het midden een uil met opengeslagen boek en ganzeveer staan afgebeeld; eronder staat in goudkleurige letters: Openbare Leeszaal. Links van de entree twee vensterpartijen met kruisramen waarvan de bovenvakken zijn voorzien van glas-in-lood in houten roeden onder een natuurstenen latei; natuurstenen kalf en onderdorpel. Op de verdieping dubbele en enkele H-vensters met roedenverdeling in de bovenlichten, onder een strek met natuurstenen aanzetstenen. In de top een vensterpartij met vier, door roeden ingedeelde vensters met een doorlopende natuurstenen onderdorpel, onder strekken met natuurstenen aanzetstenen. Alle vensters hebben natuurstenen vlakjes ter hoogte van kalf, boven- of onderdorpel...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview