terug

Bankgebouw

Piet Heinstraat 4, Enschede

Inleiding

Het BANKGEBOUW van de Incassobank (Amsterdam) is in 1929 gebouwd naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Jan Gratama in een late Amsterdamse Schoolstijl met invloed van de Delftse School. De decoratieve gevels zijn volgens de kolossale orde ingedeeld met een sokkel, pilasters over twee bouwlagen en een afsluitende mezzanino. Het gebouw staat met de westgevel aan de Piet Heinstraat. De (vernieuwde) oostgevel gaat schuil achter een uitbreiding uit 1988 die buiten de bescherming valt. De oorspronkelijke ingang met draaideur in de meest linkse travee van de westgevel is bij die verbouwing vervangen door een vensterpartij. Afgezien van de kelder met safe is het interieur grotendeels gewijzigd.

Omschrijving

Onderkelderd pand van drie bouwlagen op rechthoekige plattegrond onder overstekend steil schilddak met leien in Maasdekking. Tegen de blinde zuidgevel een uitgebouwd trappehuis onder schilddak met aan de westzijde een lage dienstingang onder plat dak. De gevels zijn opgetrokken in bruine baksteen. Boven het gepleisterde fries rust de overstekende kap op rijk gedecoreerde consoles met siersmeedijzeren ornamenten. De west- en noordgevel zijn respectievelijk vier en drie traveeën breed en volgens de kolossale orde ingedeeld; een hardstenen sokkel in rustica, lisenen over twee bouwlagen en een horizontaal gelede mezzanino. Boven de risalerende muurdammen met lisenen een omgaande horizontale natuurstenen lijst waarop sierblokken met de letters IB in reliëf.

Op dezelfde hoogte worden de hoeklisenen bekroond door gebeeldhouwde leeuwen met wapenschilden van Amsterdam, Enschede en Lonneker. De gemetselde muurdammen en lisenen van de mezzanino zijn door schijnvoegen horizontaal geleed. De drielicht vensters met stalen ramen tussen gemetselde stijlen onder rollagen hebben van beneden naar boven een veertien-, twaalf- en tienruits roedenverdeling. De onderdorpels zijn evenals het kalf van de mezzaninovensters uitgevoerd in natuursteen. De gemetselde stijlen en dagkanten van de begane grondvensters worden voortgezet in verticale gemetselde sierbanden, die vlak boven de sokkel en ter hoogte van de onder- en bovendorpels met natuurstenen blokken zijn opgesierd. In het trappehuis aan de zuidgevel een dubbel tienruits en een vierruits venster, in de dienstingang een deur onder rondboog en rechts daarvan een drielicht venster. De kleine dakkapellen in de dakschilden aan de noord- en westzijde zijn uitgevoerd met wangen onder overstekende schilddakjes m...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview