terug

Bankgebouw

Spuistraat 172, Amsterdam

Inleiding

BANKGEBOUW met eerste bouwfase in de periode 1906-1908. Deze oudste bebouwing kwam naar een ontwerp van de architect F.W.M. Poggenbeek tot stand in opdracht van de bank Labouchère Oyens en Co. Stijlkenmerken uit verschillende architectuurperioden. Zo verwijzen de deels gegroefde pilasters met de bewerkte bekroningen naar het classicisme, terwijl de vormgeving van met name de bovenste verdieping en de topgevel wijzen in de richting van een Berlagiaans getinte sobere Nieuwe Kunst. Na overname van de bank door de Rotterdamsche Bankvereeniging werd het pand in 1914 betrokken door de Kas-Vereeniging. Dit bedrijf fuseerde in 1929 met de Ontvang- en Betaalkas . Mede als gevolg van deze fusie ontstond binnen de instelling een grote behoefte aan kantoor- en kluisruimte. Na verwerving van het aangrenzende huizencomplex tot aan de Paleisstraat kreeg het architectenbureau C.B. Posthumus Meyjes jr. en J. van der Linden in december 1930 opdracht voor uitbreiding van de bestaande vestiging. Na sloop van de belendende bebouwing werd de bouw van dit deel van het complex in 1932 voltooid.

Reeds in 1920-1921 werd aan het Singel aan de rechterzijde van het in de periode 1906-1908 tot stand gekomen deel, een smal en in stijl onafhankelijk bouwdeel naar ontwerp van het architectenbureau C.B. Posthumus Meyjes & Zn. toegevoegd. Hierin bevonden zich grote kluizen.

Omschrijving

Het deel uit de eerste bouwfase is ontworpen op een grondplan in de vorm van een samengesteld parallellogram en bestaat uit vier bouwlagen: een lage begane grond en drie verdiepingen onder een kap. Schuinopgaande dakschilden. De voorgevel aan de zijde van de Spuistraat is tien traveeën breed; de achtergevel aan de zijde van het Singel telt acht traveeën. Ook het deel uit de tweede bouwfase is ontworpen op een grondplan in de vorm van een parallellogram en bestaat uit vijf bouwlagen. Afgeknot schilddak met rechtsdekkende pannen. Voorgevel aan de zijde van de Spuistraat is veertien traveeën breed; de zijgevel aan de Paleisstraat heeft vijf vensterassen, waarnaast aan de linkerzijde nog het geveldeel van het trappehuis.

Bebouwing uit de eerste fase (1906-1908): De voorgevel is opgetrokken uit Udelfangener zandsteen en tufsteen. De sokkel bestaat voor een deel uit bossering met ruw behakte hardsteen. Aan de bovenzijde afgesloten met een zware cordonlijst. Verder een gefrijnde plint. In de sokkel vensteropeningen met traliewerk en met decoratieve bovendorpel met afhangende zijden, waaronder fig...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview