terug

Landhuis De Blaak

Dussenpad 1, Tilburg

Inleiding

Voormalig LANDHUIS "de Blaak" bestaande uit een buitenverblijf annex boerderij in de stijlvormen van Art Nouveau en Heroriëntatie op traditionele bouwwijzen uit 1907. Het is in gebruik als wijkcentrum en restaurant met bovenwoning. Het gebouw is een ontwerp van architect Jan van der Valk (Tilburg).

Het is gebouwd voor A.A.H. Pollet, grootindustrieel en directeur van de Tilburgse Spaarbank. Het object ligt op de kop van een landschappelijke tuin waarin zich ondermeer een brandkuil bevindt en honderdjarige bomen als acacia, berk, beuk, eik, linde en noot. De jachtkamer in het buitenverblijf is een restant van een vroegere hofstede "de Blaak" die hier in 1869 werd opgericht. In de jachtkamer bevindt zich een houten gebeeldhouwde 17e eeuwse schouw afkomstig uit een Amsterdams grachtenhuis. Een vrijstaande schuur (1907) en een theehuis (1869) zijn bij de restauratie verloren gegaan.

Omschrijving

Het buitenverblijf, aan de noordkant van het landhuis, bestaat uit twee bouwlagen met een zolderverdieping, die gedekt wordt door een overstekend zadeldak met geknikte dakvoet en windveren. De voorgevel heeft een symmetrische risaliet met hierop de naam van het landhuis in terrazzowerk met een tegelrand van Venetiaans glas. Hierboven een zadeldak met de nok loodrecht op het hoofddak met geknikte dakvoet en windveren. Op de begane grond een driezijdige erker en op de verdieping een balkon. De stalen ramen en tuindeuren hebben roeden. De ingangspartij ligt rechts hiervan in een kleine portiek. De voordeur heeft zij- en drie bovenlichten met roedenvensters. Boven het portiek een driedelig venster met zijraam in de noordgevel. In de achtergevel heeft het buitenverblijf een achterdeur in een klein portiek. Hiernaast op de begane grond een venster met drie tussenstijlen. Op de verdieping een balkon met een balkonkozijn uitgevoerd als 'melkmeisje': twee balkondeuren met zij- en bovenlichten voorzien van roeden. Opvallend in de zijgevel zijn de drie versprongen vensters van het trappenhuis. De boerderij heeft een bouwlaag met een zolderverdieping gedekt door een overstekend zadeldak met windveren en geknikte dakvoet en aan de zuidkant een dakschild met in de top een uilebord-achtige lichtopening met windveren. Het woongedeelte in de voorgevel heeft een veranda die drie traveeën breed is. De veranda wordt gedekt door een lessenaarsdak. In het midden de voordeur met een zij- en drie bovenlichten geflankeerd door een venster met twee tussenstijlen voorzien van roede...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Afbeeldingen Streetview