terug

Voormalig bankgebouw in art nouveau

Stationsstraat 41, Tilburg

Inleiding

Voormalig BANKGEBOUW uit 1903 in Art Nouveau, van de Geldersche Credietvereeniging, naar ontwerp van architect J. v.d. Valk (Tilburg). Het gebouw ligt in de Stationsstraat, die na de aanleg van de spoorlijn door de stad vanaf 1870 is ontstaan.In 1922 wordt de bank aan de achterkant uitgebreid met een personeelskantoor door architect N. van Haspel (Oosterbeek) Het gebouw wordt in 1995 verbouwd door architect D. Storimans (Tilburg) tot advocatenkantoor waarbij de afwerking van het interieur is gewijzigd maar de oorspronkelijke indeling nagenoeg ongewijzigd is gebleven.

Omschrijving

Het bankgebouw heeft een, drie en vier bouwlagen met een zolder. De kelder ligt gedeeltelijk boven het maaiveld. Het gebouw wordt gedekt door samengestelde dakvormen van een schilddak met plat, een zadeldak met de nok loodrecht op de straat, en twee platte daken. De dakschilden zijn voorzien van leien. Op de noordhoek van de voorgevel, bezijden de ingang, bevindt zich een ronde arkeltoren met een kegeldak. De voorgevel heeft een asymmetrische opbouw. In het eenlaagse gedeelte gedekt door een plat dak met lichtkap bevindt zich de hoofdingang. De dubbele hoge houten deuren met koperen gehengen en spionluikjes hebben een indeling in vier panelen, waarvan de bovenste van glas zijn. De ingang wordt bekroond door een Art Nouveau smeedijzeren hekwerk. Direct achter de hoofdingang bevindt zich het drielaagse gedeelte van de bank met erboven een dakterras. Aan de voorkant bevindt zich op de derde bouwlaag een rechtgesloten houten venster voorzien van een stalen I-profiel als latei met geklonken aanzetstukken in Art Nouveau met twee tussenstijlen en kalven. De pui van de bank bestaat uit drie identieke gekoppelde venstertraveeën, die aangezet worden door halfpilasters en gescheiden door twee pilasters. Het geheel ligt onder een zware puibalk. Op de balk stond oorspronkelijk de naam van de bank vermeld. De pilasters zijn voorzien van een kolomsculptuur. De houten vensters hebben twee tussenstijlen en kalven met daarin opgenomen stalen ramen. Als latei zijn boven de vensters stalen I-profielen met geklonken aanzetstukken in Art Nouveau toegepast. Onder elk venster bevindt zich een kelderlicht voorzien van zware siersmeedijzeren gecombineerde horizontale en verticale diefijzers. Boven de pui is de gevel, in de breedte, in drieën gedeeld. De linkerdeel onder de topgevel in het dak bestaat op de derde bouwlaag uit twee getoogde schuifvensters, die gescheiden worden door een brede ge...

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/rijksmonumenten.info

 
Info  Reacties Wikipedia Afbeeldingen Streetview